Nee hoor, deze blog is geen coming out naar aanleiding van onze nieuwste productie Queen Arthur die een fantastische première heeft gehad in Park Sonsbeek in Arnhem. Hoewel mijn kostuum daar toch ook anders zou kunnen doen vermoeden… Nee, deze blog gaat over de wonderlijke stilte waarmee één op de tien medelanders hun favoriete vrijetijdsbesteding draagt. Waarom?

Er is iets bijzonders aan de hand in de Nederlandse koorwereld. Eindelijk lijkt het door te dringen dat ze geen niche is. Niet binnen de kunstensector en zelfs niet binnen de Nederlandse maatschappij. Integendeel, want meer dan 10% van de Nederlandse samenleving zingt actief in groepsverband. Dat is meer dan -bijvoorbeeld- voetbal.

In een prachtige beweging van synchroniciteit lopen diverse grote initiatieven naast elkaar om verbindingen binnen de Nederlandse koorwereld te creëren en elkaar op het kruispunt van belangen te versterken.

Er is een dialoog op gang gekomen die veel in beweging heeft gezet. Het Nederlands Kamerkoor daalde af van haar elitaire troon en heeft zich met veel succes actief verbonden met de amateurkoorwereld. Grote Helden, wat mij betreft! De korenbonden, verenigd in een passief VNK, gooien het roer om en besluiten gezamenlijk de weg van pro-actieve verbinding op te gaan onder de naam Koornetwerk Nederland. Het Nederlands Koorfestival heeft in de aanloop naar haar 50-jarig bestaan besloten tot een radicale beleidswijziging, waarin samenwerking binnen de sector ruimte moet geven voor een instituut dat gezicht geeft aan de prachtige amateurkoren die Nederland rijk is.

Misschien wel het meest zichtbare -op dit moment- is het Manifest van de Nederlandse Koorwereld, dat door meer dan 300 belanghebbende korenorganisaties is ondertekend en overhandigd aan de Raad voor Cultuur. Een stuurgroep activeert de aandachtspunten van het Manifest. Met een groot eerste succes: voor het eerst in de geschiedenis zit de Nederlandse koorwereld als zelfstandige sector aan tafel met de Raad voor Cultuur om inzicht te geven in een sector die niet alleen groot en divers is, maar vooral ook sterk in beweging.

Het zijn maar vier voorbeelden van beweging binnen de sector, maar ze zijn exemplarisch voor vele initiatieven. Bij deze bewegingen ben ik zelf heel direct betrokken, maar ik weet van binnenuit dat er veel meer in beweging wordt gezet. Maar er is nog heel veel te doen voor het imago van de sector ook buiten de koorwereld zo positief wordt gezien.

In een van de recente gesprekken schrok ik oprecht toen iemand vertelde dat zijn dertienjarige zoon met heel veel plezier in een koor zong, maar toch is gestopt omdat zijn omgeving zingen “niet cool” vindt.

Niet cool…

Het is toch te zot voor woorden dat jongeren niet durven te delen dat ze zoveel plezier beleven aan het zingen in een koor. Uit angst om uitgesloten te worden… Hoogste tijd om uit de kast te komen. Massaal. We zijn immers met 1,7 miljoen actieve liefhebbers in Nederland, onze fans nog niet eens meegerekend!

Schreeuw van de daken dat je in een koor zingt. En laat iedereen weten dat je daar zo enorm veel plezier aan beleeft. Dat het je blij maakt en verbindt met andere mensen. Omdat je naar elkaar leert te luisteren en gezamenlijk week in, week uit mooie momenten van plezier deelt. Unieke prestaties levert. Ieder op zijn eigen niveau, maar allemaal met evenveel bezieling.

En dat we daar trots op zijn mag de rest van Nederland best van ons horen.